Geschiedenis



Midden jaren '70 werd door het toenmalige Bondsbestuur van de Bond van Oud-Katholieke Vrouwen het idee opgevat om iets meer te doen voor alle Oud-Katholieken en in het bijzonder voor de mensen in de “diaspora”.
Als idee werd een voorjaarskamp of gezinskamp bedacht.
De aankomst met Hemelvaart en eindigen op zondagmiddag. Dat wil zeggen na vier vermoeiende dagen, maar wel met genoegen omdat we weer vier fijne dagen met elkaar hebben gehad.
Vieren, dankzeggen, plezier hebben, discussiëren, spelen, persoonlijk gesprek en goed eten. Ingrediënten van goede herinneringen voor velen aan een of meerdere Voorjaarskampen. De succesformule uit 1976 blijkt nog steeds een goede te zijn. De laatste jaren wordt de groep soms zelfs te groot.
En de waardering voor het werk kwam altijd op de zondagmiddag bij het vertrek, waarbij elke deelnemer altijd riep: “Bedankt voor het fijne weekend en tot volgend jaar ”
Aan de hand van citaten uit het verslag van het 1e Voorjaarskamp(1976) in “Ons Contact” nemen we jullie mee door de jaren heen.

“Het voorjaar was wel erg pril, toen de Bond van Oud-Katholieke Vrouwen op 30 april en 1 en 2 mei bij wijze van experiment een voorjaarskamp organiseerde in Laren(Gld.). Hoewel het initiatief zulks zou kunnen doen vermoeden, betrof het hier niet een vrouwenkamp ter uitwisseling van gedachten en ervaringen rond het vrouw-zijn-in-deze-tijd, maar een gezinskamp voor leden van de Bond.”

Dat het experiment geslaagd is geweest mag blijken: vijfentwintig keer werd het Voorjaarskamp gehouden. Inmiddels zo ingeburgerd in onze kerk dat het een hoofdletter waardig is.
Vrij snel na het eerste kamp verdween ook de verplichting dat men lid moest zijn van de Bond. In de eerste jaren werd de term ‘Gezinskamp’ gebezigd, die werd gewijzigd omdat ook alleenstaanden zich aangetrokken voelden tot deelname. Van zeer jong (4 weken) tot deelnemers boven de zestig mochten we verwelkomen in één van de kampen.

“Nadat daags tevoren het kampement door de traditionele “zwoegers van het eerste uur” in gereedheid was gebracht, arriveerden op Koninginnedag uit diverse windstreken de overige deelnemers aan het kamp. In een sierlijke halve cirkel maakten ongeveer 25 kampgangers hun kamp tegen de achtergrond van een dennenbosje, en toen was er koffie in de dagtent.”

“Het aantal deelnemers aan het kamp kan moeilijk groot genoemd worden, maar bood het voordeel van een overzichtelijke groep, waaronder nogal wat tieners, terwijl de belangstelling uit de “diaspora” groot was.”

Dat een kleine groep zeer gezellig is kan iedereen beamen. Maar je bent als organisatie blij dat iets aanslaat en dat velen in de loop van de jaren een Voorjaarskamp hebben meegemaakt.
In het tweede jaar konden we al 47 deelnemers verwelkomen. In de jaren ’80 schommelde het tussen de 40 en 60, maar daarna werd het gemiddelde bezoek rond de 80 deelnemers, met een uitschieter in 1999 van meer dan 100 deelnemers. Toch kwam het gevoel uit het eerste jaar weer terug dat een kleine groep gezelliger en overzichtelijker is; daarom werd in 2000 besloten voor de toekomst een grens te leggen bij 80 deelnemers. Uit de deelnemerslijsten van alle jaren hebben we becijferd dat we inmiddels mmer dan 365 verschillende personen als deelnemer hebben begroet in al die jaren, met gemiddeld 58 deelnemers.

De thema’s waren vaak de jaarthema’s van de Bond. Soms was het moeilijk hieraan invulling te geven, andere jaren ging het makkelijker. Zo weken we in 1991 af van het bondsthema met ‘Geloven: met of zonder…..’, waarin we een nauwere samenwerking met het Jeugdwerk vorm wilden geven. De aantrekkingskracht van jongeren bleef, mede dankzij een subsidie van het jeugdwerk. Voor de jongsten is het vaak een eerste kennismaking met een kamp waarin ze warm gemaakt worden voor zomerkampen. Zo vroeg ‘Groeien naar ….’ veel inspanning, maar leidde tot de bekende soepkomdiscussie en de gelijkenis van het mosterdzaadje in de kerkdienst.
De uitwerking van ‘Je eigen gezicht’ werd als moeilijk ervaren, maar met maskers en rituelen werd er een leuke invulling aan gegeven.

In de uitwerking van de thema’s werden we altijd goed ondersteund door de pastorale vertegenwoordiging in de commissie en in de laatste jaren door de jeugdwerkconsulent, Han van Peer. Hun inbreng gaf altijd een diepere dimensie aan het thema en zij gaven vorm aan een creatieve uitwerking van het thema.
De uitwerking van thema’s werd op verschillende manieren gedaan. Met stellingen, in kleine groepjes, met de uitbeelding van bijbelteksten, een kort geding, collages maken, of een themacircuit met als uitkomst het lied ‘Zingt, vecht,…. ‘(zie hiernaast). De uitwerking van het thema ‘Twee voor twaalf’ leidde zelfs tot een open brief aan het Collegiaal Bestuur, met daarop volgend een gesprek met de commissie.

De jongeren werden altijd apart bezig gehouden met een eigen programma. De laatste jaren werd dit door de zomer-kampleiding verzorgd. Er werd heel veel geknutseld, of een deel van de kerkdienst werd voorbereid, ze maakten hun eigen krant en ze liepen heel wat af tijdens de speurtochten. Overigens stond dit vaak als opwarmertje voor de donderdagmiddag op het programma. Eerst de omgeving en je eigen groepje leren kennen, als dit nog niet was gebeurd tijdens het kennismakingsspel.
Voor de jongeren werden de ‘rodedraad’-spelen ingevoerd. In een spelencircuit aan het begin van de avond konden ze zich nog even uitleven alvorens de koude slaapzak op te zoeken. Voor de oudere jeugd mocht natuurlijk de dropping niet ontbreken. Soms was het moeilijk een geschikte en veilige plaats te vinden, maar altijd keerden ze weer veilig terug in het kamp.

Bij dit alles was de balans tussen serieuze onderwerpen en ontspanning belangrijk. Het zijn tenslotte vier vakantiedagen. De traditionele vrije middag werd dan ook door iedereen gewaardeerd en doorgebracht in een zwembad, bioscoop, pretpark of dierentuin.

De zaterdagavond is traditioneel de avond voor de kolderavond. In de dagen ervoor worden de groepjes samengesteld en de aanleiding voor het feest meegedeeld. De ene keer een boerenbruiloft, maar vaak was het bezoek van een ster de aanleiding. Zo moesten we liedjes zingen, stukjes opvoeren voor mevrouw Wortel, Willeke Smalbekkie & SugarLee Cooker, Koffie Annan en moedertje Tijd. Iedere keer zijn we weer verbaasd over de creativiteit van alle mensen, waarbij ook de jeugd altijd lekker meedoet.
We draaiden zelfs de kalender om en vierden oud & nieuw met echt vuurwerk als uitwerking van het thema ‘2 voor twaalf’.

De kerkdiensten vormen altijd een bijzonder element in het Voorjaarskamp. In het kamp wisselden een gebedsdienst en een eucharistieviering elkaar af. Met een knipoog naar het thema werden diensten ingevuld door menig bisschop, pastoor of lector. De zang werd ondersteund door een gelegenheidskoor, al is het soms moeilijk de begintoon te vinden zonder het gebruik van een instrument. De sfeer die een dienst oproept in de dagtent of de buitenlucht is uniek. De priester met witte albe op sportschoenen in het natte groene gras. De kerkdiensten werden aangekleed met zonnebloemen, veel kaarsjes en de tien geboden.

“Het zou te ver voeren hier iedereen persoonlijk te gaan bedanken voor zijn/haar bijdragen en activiteiten. Er zijn mensen bij die extra hard hun best hebben gedaan er iets van te maken, U weet wel wie dat zijn, vandaar.”

De financiën leveren nog wel eens hoofdbrekens op, omdat vanaf het begin de stelregel was dat het niet teveel mocht kosten voor de deelnemers. Met name de huur van een terrein ging soms boven de begroting. Wij zijn dan ook blij op een voortdurende steun van het Collegiaal Bestuur, de Bond van Oud-Katholieke Vrouwen en de Stichting O.K. Jeugdwerk te mogen rekenen.

Is er werkelijk een verschil tussen 1976 en 2010?
In 2010 heeft de Bond voor Oud-Katholiek vrouwen in Nederland hun kind, het voorjaarskamp los gelaten. Het voorjaarskamp is zo gegroeid in alle opzichten dat zij op eigen benen kunnen staan. Vanaf dat moment valt het voorjaarskamp onder het Collegiaal bestuur van de Oud-Katholieke kerk.
Anders dan de andere omgeving, is voor het overige niet zoveel veranderd. De doelstelling van het eerste kamp is nog steeds geldig. Ontmoeting voor een ieder die zin heeft in een lang kampeerweekend. Het programma heeft dezelfde inhoud en is succesvol gebleken. En er is altijd: gezelligheid, ruimte voor discussie, persoonlijk gesprek, een goede kerkdienst, lekker eten, laat naar bed, een prima organisatie en een kamp met een thema.
Elk jaar wordt een enquête gehouden, wat ieder jaar weer positieve reacties oplevert. En de belangrijkste graadmeter, het aantal deelnemers, is zodanig dat de commissie zich geen zorgen hoeft te maken als ze op deze weg voortgaat naar het volgende Voorjaarskamp.

Uit: Oud-Katholieke voorjaarskampen samenstelling: Frank de Haart

Bovenstaande tekst is geschreven ter ere van het 25ste voorjaarskamp, komend jaar zal alweer het 37ste voorjaarskamp zijn.